Afgelopen Eurosonic Noorderslag werd tijdens een paneldiscussie de vraag gesteld of voor het openbaar maken van akkoordenschema’s toestemming nodig is. Aanleiding voor die vraag was het tijdens de paneldiscussie besproken Chordify.net. Op die website kan je meespelen met de akkoorden van gekozen nummers, waarbij de akkoorden op het scherm worden getoond (in akkoordenschema’s; combinaties van akkoorden). Een van de oprichters van Chordify die aan de paneldiscussie deelnam vroeg zich hardop af of hij daarvoor toestemming nodig had.

In feite is het tonen van een akkoordenschema op een website een openbaarmaking daarvan. Als die akkoordenschema’s auteursrechtelijk beschermd zijn is voor de openbaarmaking daarvan in principe de toestemming van de auteursrechthebbende nodig. De vraag is dus: zijn akkoordenschema’s auteursrechtelijk beschermd?

Voor de beantwoording van die vraag is natuurlijk belangrijk om te weten wat akkoorden (waaruit een akkoordenschema bestaat) zijn. Een akkoord bestaat uit (een samenklank van) drie of meer tonen, die zodanig samenklinken dat zij voor het muzikale oor samensmelten tot één gestalte. In die tonen kunnen vervolgens varianten worden aangebracht, bijvoorbeeld door het spelen van tonen in majeur, mineur, verminderd of overmatig. Akkoordenschema’s kunnen variëren van tamelijk basaal tot meer complex.

Bij de beantwoording van de vraag of iemand auteursrechtelijke bescherming kan inroepen van een akkoordenschema moet onder meer worden beoordeeld of dat akkoordenschema niet zelf aan een ander werk ontleend is. Dat wordt ook wel de oorspronkelijkheidseis genoemd. Dat sluit niet uit dat het werk nooit eerder door iemand anders mag zijn gemaakt, maar wel dat de (nieuwe) maker het daar van mag hebben afgekeken. Dat het vaak voorkomt dat dezelfde akkoordenschema’s in verschillende (populaire) nummers voorkomen zie je ook in dit filmpje. Als een bepaald akkoordenschema al vaak voorkomt en in die zin een “bekend” akkoordenschema is, is het waarschijnlijker dat de (“nieuwe”) auteur zo’n akkoordenschema van een ander heeft overgenomen. Als een auteur een akkoordenschema heeft overgenomen kan hij dat natuurlijk zelf niet meer monopoliseren.

Een voorbeeld van een zaak waarin een enigszins soortgelijk geval zich voordeed is dat van (DJ) De Jong tegen DJ Tiësto, met betrekking tot Tiësto’s “Elements of Life”. Volgens De Jong was Elements of Life (gedeeltelijk) ontleend aan zijn “Swiwal”. De rechtbank stelde echter vast dat in beide nummers de tonenschema’s van acht maten weliswaar overeenkwamen, maar dat die tonenschema’s ook overeenkwamen met het tonenschema van “Saranbande” van de componist Händel. De Jong had zijn werk dus (zeer) waarschijnlijk zelf ontleend aan dat van Händel. Hij kon daarom niet zeggen dat zijn tonenschema (ook al week dat – op ondergeschikte punten – af van dat van Händel) oorspronkelijk was, en dat het “zijn” werk was. Händel (of zijn erfgenamen) trouwens ook niet, hij is namelijk al ruim 250 jaar dood. Op het moment dat hij stierf bestond er nog geen auteursrecht op muziek. Al had dat wel bestaan, dan zouden die rechten bovendien inmiddels al lang vervallen zijn.

Naast de oorspronkelijkheidseis geldt het vereiste dat bij de creatie van een werk voldoende creatieve keuzes zijn gemaakt. Als een akkoordenschema erg voor de hand ligt of heel simpel is (met andere woorden: als er niet voldoende creatieve keuzes zijn gemaakt) is het minder waarschijnlijk dat het auteursrechtelijk beschermd is. Als daarentegen meer creatieve keuzes zijn gemaakt is het waarschijnlijker is dat die combinatie is beschermd. Het is dus zeker niet uitgesloten dat voor een akkoordenschema voldoende creatieve keuzes zijn gemaakt en dat het auteursrechtelijk beschermd kan zijn. Maar: hoe basaler het akkoordenschema, des te minder waarschijnlijk dat het auteursrechtelijk beschermd is.

Overigens is mij geen (Nederlandse) rechtspraak bekend waarin de bescherming werd ingeroepen van alleen een akkoordenschema. Wel zijn er verschillende uitspraken van de Vaste Commissie Plagiaat van Buma waarin het (grotendeels) overeenstemmen van een akkoordenschema werd meegenomen in de beoordeling of inbreuk was gepleegd op de rechten op een ander nummer, maar daarin werden ook andere elementen meegenomen (zoals melodie, toonsoort, tempo, orkestratie en de harmonie van beide nummers).

Als een akkoordenschema auteursrechtelijk beschermd is, betekent dat nog niet automatisch dat voor de openbaarmaking daarvan altijd toestemming nodig is. Als er een zogenaamde auteursrechtelijke “exceptie” van toepassing is, is de toestemming namelijk niet vereist. Een van die excepties heeft betrekking op (niet-commercieel) gebruik van een (gedeelte van) een werk voor toelichting bij het onderwijs, voor zover het gebruik door dat doel wordt gerechtvaardigd (de “onderwijsexceptie”). In dat geval zal er nog wel een vergoeding betaald moeten worden. Chordify zal een beroep op deze exceptie echter niet kunnen doen, al was het alleen maar omdat het gebruik van de akkoordenschema’s niet speciaal bedoeld is als toelichting bij onderwijs.

Het hangt dus erg af van het concrete akkoordenschema of het beschermd is of niet. Je kan in ieder geval niet in zijn algemeenheid zeggen dat akkoordenschema’s wel of niet beschermd zijn en dat websites als Chordify voor het plaatsen van ieder akkoordenschema altijd toestemming nodig hebben.

Over Benjamin van Werven

Benjamin van WervenBenjamin’s praktische en doortastende aanpak stamt uit zijn tijd bij Endemol International waar hij de contractenpraktijk en het bedrijfsleven goed heeft leren kennen.

Benjamin werkt secuur en systematisch. Hij is in onderhandelingen vasthoudend en overtuigend. Hij is goed ingevoerd in het intellectueel eigendomsrecht, verbintenissenrecht en arbeidsrecht, en in de entertainment-, IT- en ICT-branche.

Benjamin geeft regelmatig gastcolleges, onder meer op de Theaterschool en het Conservatorium van Amsterdam.

Alle artikelen van Benjamin van Werven