‘Nepnieuws’, het behaalde de derde plaats van ‘Het woord van het jaar 2016’ volgens de uitgebrachte stemmen van de leden van het Genootschap Onze Taal en luisteraars van het NPO Radio 1-programma De Taalstaat. Dit is ook niet zo verwonderlijk, want het woord circuleert regelmatig in de nationale en internationale media. Het doel achter het verspreiden van nepnieuws is hoofdzakelijk het verdienen van geld, maar ook het beïnvloeden van de politieke democratie. Een pakkende titel op Facebook kan al gauw een hoop ‘clicks’ opleveren waardoor gebruikers naar websites geleid worden die advertenties van Google bevatten. Dit genereert de inkomsten van het nepnieuws.

Wat zijn de gevaren van nepnieuws, is het mogelijk om nepnieuws te bestrijden en dienen social media platforms hierin een actieve rol te vervullen?

Tijdens de Amerikaanse verkiezingen van afgelopen november verdienden tieners uit Macedonië flink geld met het verspreiden van nepnieuws over de verkiezingen. De grote vraag die zich opwierp: heeft dit nepnieuws de uiteindelijke winst voor president Trump beïnvloed? Uit recent onderzoek van wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten Stanford en New York blijkt dat, na vele speculaties, het nepnieuws nauwelijks invloed heeft gehad op de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen. Volgens het onderzoek zouden de meeste verspreide berichten door een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking niet eens zijn gezien.

Het verschijnsel ‘nepnieuws’ lijkt te zijn ‘overgewaaid’ naar Nederlandse bodem in aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen. Zo heeft Geert Wilders recentelijk een tweet geplaatst waarin een gefotoshopte foto te zien was van D66-leider Alexander Pechtold. Hierop stond Pechtold tussen Islamitische mannen met lange baarden en een omhoog gehouden bord met de tekst: ‘Sharia for the Netherlands’. De tweet was voorzien van een onderschrift: ‘D66 wil Amsterdam afsplitsen als de verkiezingsuitslag tegenvalt. Pechtold demonstreert met Hamas-terroristen. Is dit de volgende stap?’.

Nu de Tweede Kamerverkiezingen morgen zullen plaatsvinden, blijft de vraag zich voordoen of nepnieuws een gevaar vormt voor de Nederlandse democratie. De Tweede Kamer heeft dan ook vragen gesteld over de mogelijke beïnvloeding van de verkiezingen door nepnieuws. Uit de beantwoording van de vragen blijkt dat de media zelf moeten afwegen of iets nepnieuws kan zijn. Daarnaast is de rol van de overheid slechts beperkt tot het stimuleren van het bewustzijn dat nepnieuws verspreid kan worden.

Voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, wil nepnieuws aanpakken door social media platforms op te roepen nepnieuws actief te bestrijden.

Een aantal Duitse politieke partijen wil zelfs nieuwe wetgeving invoeren om nepberichten op nieuwsplatforms te bestrijden. Als gevolg van die wet zouden nieuwsplatforms, waaronder ook Facebook wordt verstaan, een meldpunt krijgen die 24 uur per dag te bereiken is. Gebruikers kunnen daar melding doen als zij twijfelen over de echtheid van geplaatste berichten, waarna berichten die daadwerkelijk als “nep” zijn gekwalificeerd, binnen 24 uur verwijderd dienen te worden.

Onlangs is Facebook in de Verenigde Staten ook gestart met de mogelijkheid tot het labelen van berichten. Facebook plaatst het label ‘disputed news’ bij berichten die onjuist zijn bevonden door zogenaamde ‘factcheck’-organisaties. De berichten verdwijnen niet van Facebook, maar zijn wel minder snel te zien in de tijdlijn van gebruikers. De verwachting is dat Facebook in Nederland op korte termijn ook nepnieuws gaat labelen in samenwerking met ‘factcheck’-organisaties.

De maatregelen tegen het verspreiden van nepnieuws roepen verschillende vervolgvragen op. Zou het verspreiden van nepnieuws niet strafbaar gesteld moeten worden? Of zijn er al wettelijke (straf)bepalingen waaronder het verspreiden van nepnieuws zou kunnen vallen?

Als het opzettelijk verspreiden van nepnieuws echt een gevaar voor de democratie kan vormen, niet gebaseerd is op enig feitenmateriaal en evenmin valt onder satire en parodie, lijkt de behoefte aan een strafbaarstelling wel degelijk te bestaan.

Daarnaast kent het Nederlandse strafrecht onder meer de strafbaarstelling van smaad en laster. Hierbij moet het echter wel gaan om een beschuldiging en de aanranding van de eer en goede naam. Wanneer nepnieuws daarentegen niet gericht is op het verspreiden van berichten over een specifiek persoon, dan zouden deze regelingen niet opgaan. Bovendien houdt nepnieuws niet altijd een beschuldiging in.

Ook in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens zijn het recht op de vrijheid van meningsuiting en de beperkingen daarop neergelegd. Als het verspreiden van nepnieuws niet onderworpen is aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties die bij de wet zijn voorzien, zou de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting niet beperkt kunnen worden.

Als het verspreiden van nepnieuws strafbaar gesteld wordt, is de prangende vraag in ieder geval wie de definitie van ‘nepnieuws’ bepaalt. Daarnaast kan men zich afvragen of de beoordeling gebaseerd is op feiten of eveneens op meningen.

Van onze stagiaire Denise Brouwer

Over Benjamin van Werven

Benjamin van WervenBenjamin’s praktische en doortastende aanpak stamt uit zijn tijd bij Endemol International waar hij de contractenpraktijk en het bedrijfsleven goed heeft leren kennen.

Benjamin werkt secuur en systematisch. Hij is in onderhandelingen vasthoudend en overtuigend. Hij is goed ingevoerd in het intellectueel eigendomsrecht, verbintenissenrecht en arbeidsrecht, en in de entertainment-, IT- en ICT-branche.

Benjamin geeft regelmatig gastcolleges, onder meer op de Theaterschool en het Conservatorium van Amsterdam.

Alle artikelen van Benjamin van Werven