ONTKENNING VADERSCHAP[1] IN HET AUTEURSRECHT

Het droit de paternité, authenticiteit en de ontkenning vaderschapsactie

Een van de belangrijkste persoonlijkheidsrechten van een maker van een door het auteursrecht beschermd werk (hierna ‘werk’) is het recht op vermelding van zijn of haar naam in geval van openbaarmaking en verveelvoudiging. Het is in Nederland vastgelegd in artikel 25 lid 1 (sub a) Auteurswet en in de Berner Conventie in artikel 6bis lid 1. Het niet vermelden van de naam van de maker geeft grond voor een vordering tot vergoeding van immateriële schade. Veel zaken betreffen foto’s zonder naamsvermelding, recent nog over een foto van Waylon[2] en de zaak Pixfund[3].

Maar het niet vermelden van de naam heeft ook andere consequenties, zoals het niet kunnen doen van een beroep op het citaatrecht en andere beperkingen. Om een beroep te kunnen doen op een beperking vereist de wet meestal dat de naam van de maker wordt vermeld.

Het auteursrecht beschermd natuurlijk de belangen van de maker (en zijn rechtverkrijgenden). Maar er spelen ook andere belangen bij naamsvermelding, met name in de beeldende kunst. Een kunstwerk is veelal meer waard wanneer het kan worden toegeschreven aan een bepaalde kunstenaar. Helaas – voor de kunstverzamelaar en de kunsthandel – hecht niet iedere maker aan zijn naamsvermelding. Soms vermeldt de auteur zijn naam niet op het eigen werk en soms vermeldt hij zijn naam op een blanco werk en laat het aan anderen om daaraan invulling te geven. Bekend is dat Salvador Dali grote aantallen blanco vellen zou hebben gesigneerd. En soms leent hij heel bewust zijn naam aan kunst van een ander. Dat speelt bijvoorbeeld wanneer de ander in het atelier van de (grote) kunstenaar werkt en het werk alleen aan de (grote) kunstenaar wordt toegeschreven. Zo zijn Damien Hirst’s Polka Dot schilderijen niet alle door Damien Hirst zelf geschilderd. In zo een geval komt het dan voor dat als de ‘eigenlijke’ maker het atelier van de ‘grote naam’ verlaat en op eigen naam verder gaat, dezelfde (soort) kunstwerken nog maar een fractie van de waarde hebben die ze hadden wanneer de ‘grote naam’ aan het werk is verbonden.

erkenning

Vanwege de commerciële belangen is erkenning dat een werk van een bepaalde kunstenaar is (‘authentiseren’) voor handelaren en verzamelaars van groot belang.

Maar wie kan erkennen? Dat is eerst en vooral de kunstenaar zelf. En als de kunstenaar er niet meer is, dan zijn er de experts: de kunsthandelaren, kunsthistorici en museumconservatoren en soms de nazaten (weduwe, kinderen) van de kunstenaar. En tegenwoordig vooral ook allerlei technici: chemici die kunnen nagaan wat de gebruikte verf is, radiologen die verschillende lagen op het doek kunnen determineren, dendrologen die de oudheid van een houten paneel kunnen bepalen enzovoorts.

Het probleem met kunsthandelaren is soms dat die eigen belangen hebben. Voorbeelden van dubieuze kunsthandelaren zijn er dan ook te over.

En experts blijven mensen en experts kunnen elkaar ook tegenspreken. Recent nog in het geval van de ontdekte tekeningen die wel of niet van Vincent van Gogh zijn.

Maar het belang is zo groot dat als ‘de experts’ weigeren om een werk toe te schrijven aan een bepaalde kunstenaar, de handelaar of verzamelaar vaak een rechtszaak begint tegen de experts. Doel is ofwel om alsnog de toeschrijving te krijgen, ofwel schadevergoeding.

In Nederland krijgt het Van Gogh Museum jaarlijks bijna tweehonderd verzoeken om een schilderij te beoordelen. Met het resultaat is niet iedereen altijd even blij; het museum is gedaagde geweest in verschillende rechtszaken wanneer het weigerde een schilderij als van Vincent afkomstig te erkennen.[4]

In 2014 heeft het Parijse Court de Cassation geoordeeld dat een expert het recht heeft om te weigeren een werk toe te schrijven aan een kunstenaar. Dit recht is, aldus de Court de Cassation, gebaseerd op de vrijheid van gedachtenvorming en de vrijheid van meningsuiting (de artikelen 9 en 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens).[5]

In de Verenigde Staten, het mekka van de procestijger, is recent een rechtszaak gestart tegen de Agnes Martin Authentication Committee. Eiseres is de galerie (Mayor Gallery Ltd.) die werken van Agnes Martin aan haar clientèle verkocht en welke werken de Agnes Martin Authentication Committee nu weigert toe te schrijven aan Agnes Martin. De galerie heeft de werken moeten terugnemen en vordert nu schadevergoeding.

Dit soort rechtszaken zijn de reden voor veel experts, musea en stichtingen om geen opinies meer af te geven. In de Verenigde Staten hebben onder andere de Andy Warhol Foundation en de Keith Haring Foundation besloten om in het geheel geen verklaringen meer af te geven. De experts winnen gewoonlijk de rechtszaak wel, maar de hoge kosten en de toch jaren durende onzekerheid wil men gewoonweg niet.

ontkenning

Van een heel andere orde is het ontkennen van het makerschap. In het familierecht kent men de ontkenning vaderschapsactie (artikel 1:200 e.v. BW), ontkenning van vaderschap is een idee dat de wenkbrauwen zal doen fronsen in het auteursrecht. Makerschap immers is de kern van het auteursrecht en de bron van het recht, maar toch zijn er makers die ontkennen dat ze een werk hebben gemaakt.

De Canadees Robert Fletcher, een voormalige gevangenbewaarder, beweerde een schilderij van de hand van Peter Doig te bezitten, ooit – veertig jaar eerder – van Doig zelf gekocht. Het schilderij werd gewaardeerd op tien miljoen dollar. Alleen, Doig ontkende dat het werk van hem was. Fletcher begon een rechtszaak die uiteindelijk door Doig werd gewonnen.

Wat voor redenen kan een maker hebben om het vaderschap van een werk te ontkennen, naast natuurlijk de mogelijkheid dat het inderdaad niet zijn werk is? Volgens Fletcher, die beweerde het werk van Doig gekocht te hebben toen Doig bij hem in de gevangenis zat, was de reden voor de ontkenning gelegen in het feit dat Doig niet wilde erkennen ooit in de gevangenis te hebben gezeten. Andere redenen kunnen zijn ‘schaamte’ voor vroeg werk, of voor werk gemaakt toen de schilder nog in een ‘andere periode’ zat, maar ook politiek en zelfs pure kinnesinne.

Lucian Freud ontkende zijn hele leven dat het schilderij The Man in a black Cravat van zijn hand was. Inmiddels is het werk door experts wel erkend als een vroeg werk van Freud’s hand! De reden voor Freud om te ontkennen dat het werk van hem was zou zijn gelegen in het feit dat het eigendom was van Dennis Wirth-Miller, een collega schilder die door Freud werd veracht. Een zelfde geval is de ontkenning door de weduwe van Jackson Pollock dat Red, Black and Silver Pollock’s laatste werk zou zijn. De (waarschijnlijke) reden: het werk is eigendom van de erven van de minnares van Pollock.

Picasso op zijn beurt heeft ontkend het schilderij La Douceur te hebben geschilderd, al zeggen de experts dat het wel van zijn hand is. De experts zeggen ook dat het geen erg goed schilderij is, ongetwijfeld een reden voor Picasso om zijn makerschap te ontkennen.

De Duitse schilder Gerhard Richter ontkent (inmiddels) dat werk (van hem) uit de periode 1962 – 1968 van zijn hand is. Hij was destijds aan het experimenteren en wenst daar kennelijk niet meer aan herinnerd te worden.

Cady Noland heeft twee werken van haar hand afgekeurd nadat die gerestaureerd waren. Het werk Cowboys Milking was zo verminkt dat haar eer en goede naam zouden worden aangetast als het verkocht zou worden als ware het van haar. Het veilinghuis Sotheby’s heeft het destijds, november 2011, dan ook teruggetrokken uit een voorgenomen veiling.

Richard Prince – van de bewerking van andermans foto’s van Instagram – heeft van zijn werk van Ivanka Trump en dat ook was gekocht door Ivanka Trump zijn makerschap ontkend en mevrouw Trump de koopsom geretourneerd. De reden voor de ontkenning van zijn vaderschap van dit werk werd door Prince als volgt gegeven: ‘Right is art. Wrong is no art. The Trumps are no art.’

filmwerken

Een andere categorie van werken waarbij we ontkenning van het vaderschap tegenkomen zijn filmwerken. Het betreft dan vooral regisseurs. Zo wilde Rita ter Horst niet genoemd worden als regisseur van Iep!. De reden hiervoor was gelegen in het feit dat zij zich niet kon verenigen met de film die de producent als eindproduct wilde. De titelrol vermeldt nu ‘Ellen Smit’ als regisseur naar het Amerikaanse voorbeeld van ‘Alan Smithee’ de alias waaronder – onder voorwaarden – Amerikaanse regisseurs op de titelrol komen als zij het met het eindproduct niet eens zijn.

Bij filmwerken geldt meestal dat de maker (lees de regisseur, maar het geldt ook voor alle andere (film)makers) niet het laatste woord heeft over het eindproduct. De producent bepaalt – op grond van de wet – wanneer de film vertoningsgereed is en laat zich ook contractueel het recht geven op de zogeheten ‘final cut’. Het uiteindelijke werk kan dan ook anders zijn dan de maker(s) voor ogen stond.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de wet voor filmwerken wel voorziet in een ontkenning vaderschap. Artikel 45e sub (c) Auteurswet bepaalt dat een maker van een filmwerk zich kan verzetten tegen vermelding van zijn naam op het werk.

consequenties ontkenning vaderschap

Wat zijn de consequenties van de ontkenning van het vaderschap, dan wel het uitblijven van de erkenning daarvan? Die zijn natuurlijk vooral economisch en raken niet zozeer de maker, maar vooral de bezitter van het werk. Als het werk niet van de grote man of vrouw is, is het beduidend minder waard (en vaak moeilijker te verkopen).

conclusie

Is er een recht op erkenning van een werk? Nee, vanzelfsprekend niet lijkt mij. Een maker mag natuurlijk niet liegen, maar hij kan niet geforceerd worden om werk expliciet te erkennen. En experts kunnen al helemaal niet gedwongen worden om een mening te geven waar ze niet achter staan. Terecht stelde het Franse Court de Cassation voorop dat experts recht hebben op vrijheid van gedachten en vrijheid van meningsuiting.

Is er een recht op ontkenning vaderschap in het auteursrecht (buiten het filmrecht)? Ik meen van niet. Artikel 25 Auteurswet geeft je alleen het recht om je te verzetten tegen openbaarmaking van het werk zonder jouw naam of met de naam van een ander. Moet het er komen? Ik vind van niet. Ik vind dat een maker, als een werk daadwerkelijk door hem of haar is gemaakt, het vaderschap niet mag ontkennen. Ook niet als je niet (meer) achter het werk staat: neem je verantwoordelijkheid, ook voor je mindere en andere perioden. Ook niet als het beschadigd is: het is dan een beschadigd werk van jou. En al helemaal niet om politieke redenen: zoals het niet zou moeten uitmaken of jouw fans blank of zwart, hetero of homo, katholiek of moslim zijn, zo zou het je niet moeten uitmaken wat hun politieke stellingname is. Dat is overigens geen beletsel om fel tegen de politieke ideeën van een fan te zijn: maar een werk wordt niet, niet van jou, omdat de koper daarvan ideeën heeft die je niet aanstaan.

De mogelijkheid van ontkenning vaderschap voor filmwerken doet aan bovenstaande niet af: die ontkenning ziet naar aard en bedoeling op die gevallen dat het uiteindelijke werk ook daadwerkelijk niet het stempel van de maker(s) draagt, maar het stempel van de filmproducent.

[1] Lees indien gewenst hiervoor ook steeds ‘moederschap’.

[2] Ktr. Rb. Midden Nederland 21 september 2016, IEF 16537 (Photofresh/Real time Communications) waarin een schadevergoeding van EUR 250,- werd toegekend.

[3] Ktr. Rb. Amsterdam 3 februari 2017, IEF 16375 (Pixfund) waarin geen schadevergoeding werd toegekend.

[4] ‘Een Van Gogh is echt als het museum het zegt.’ in NRC Handelsblad 13 september 2014

[5] Uitspraak van 22 januari 2014 in de zaak Alexandre/Nikiel over de vraag of een schilderij wel of niet van de hand was van de schilder Jean Metzinger.

Over Roland Wigman

Roland WigmanRoland is in Nederland de advocaat die het meeste weet van film en van al de contracten (ook ondernemingsrechtelijke) en financieringen die daarbij horen. Hij is dé expert op het gebied van filmauteursrecht.

Die kennis gebruikt hij voor de talloze films waarvoor hij als jurist betrokken is bij het produceren, uitbrengen of in orde maken van de financiering. Nationaal maar ook internationaal.

Zijn benadering is praktisch: afkomstig uit de praktijk van het film maken, weet hij hoofd- en bijzaken te scheiden. Roland vindt oplossingen in schijnbaar uitzichtloze situaties.

Roland heeft gedoceerd aan PAO Utrecht en PAO Leiden en doceert recht aan de Hogeschool voor de Kunsten Amsterdam (Nederlandse Film & Televisieacademie) en is bestuurslid van de stichting Nature for Kids en voorzitter van de stichting Rutger Hauer Filmfactory.

Alle artikelen van Roland Wigman