Vrijheid van meningsuiting: daar ging het bij South by Southwest over in een indrukwekkende sessie in het Hyatt. Wat moeten we met hate speech?

Iedereen werd gefouilleerd en er stonden veel agenten. Met die grote zwart witte politieauto’s van een merk en type waarin in dit land behalve agenten alleen bejaarden rijden. Het recht te zeggen wat je wilt is hier een moeilijk onderwerp. Vandaar de beveiliging. Zie de demonstraties bij Trump. Zie de studenten die historische tekenen van white supremacy van de gevel willen halen. Hate speech moet mogen was de conclusie van het panel. De voorbeelden van wat aanstootgevend was, zouden bij ons ook onder de vrijheid van meningsuiting vallen: een spandoek met daarop de tekst: “black lives matter” en Facebook kritiek op de Israëlische regering. Velen nemen daar aanstoot aan en daarmee valt het onder de definitie van hate speech. Dat mensen daaraan aanstoot nemen in de VS en er zelfs juridisch tegen optreden is ongelooflijk. Mensen kunnen optreden kennelijk, al verbazend genoeg, maar de overheid kan dat niet. De overheid kan black lives matter niet verbieden. Deze hate speech valt onder het recht op meningsuiting. In Amerika mag alles (van de overheid dan) behalve als duidelijk is dat het resultaat is dat mensen geweld zullen gaan gebruiken.

Maar dat first amendment geldt niet voor Facebook. Facebook is een particulier bedrijf en is niet de overheid. Facebook mag verder gaan. Interessant waren daarom de Facebook regels. Die hielden in dat alles mag behalve als er sprake is van een aanval op een persoon. Het individu moet zich veilig voelen op Facebook. Een aanval die er ook was als aan de groep waar hij toe behoorde negatieve eigenschappen werden toegedicht. “Arabieren zijn dieven”, of, om Donald Trump te citeren, “Mexicanen zijn verkrachters.” Een religie aanvallen of een bepaalde politiek mag wel. “Kapitalisten zijn dieven” bijvoorbeeld. Het lijkt erg op de discussie die hier over Wilders wordt gevoerd: je mag de islam aanvallen maar niet de individuele islamieten. Het onderscheid is subtiel.

De journalist in het panel begon erg af te geven op het Europese “right to be forgotten”. Hij zag dat als een gevaarlijke ontwikkeling omdat daarmee publicaties zouden worden weggehaald die onder het first amendment beschermd zouden worden. En, trouwens (voor hen die dat niet weten), ook in Europa onder de vrijheid van meningsuiting zouden vallen. Ze gingen echt los op de Europese regelgeving. Amerika moet imperialistisch zijn en de first amendment regels opleggen aan andere landen!

Niet mee eens. Ik ben een groot voorvechter van de vrijheid van meningsuiting maar ook van het right to be forgotten. Dat recht heeft wezenlijke waarde en dicht een belangrijk gat. Het punt hier is dat vroeger, toen het first amendment werd geschreven, alle uitingen een beperkte houdbaarheid hadden. En er waren er veel minder. Misstappen werden vergeten. En je kon natuurlijk gewoon verhuizen en tenzij je van het kaliber Charley Manson was, was de kans dat de buren achter je duistere verleden kwamen gering. Je kon overnieuw beginnen. Maar nu is er internet en het internet is oneindig en overal en vergeet niets. Alles blijft. Een misstap blijft je altijd achtervolgen. Als je in een filmpje dronken je broek laat zakken terwijl je zingt dat Rutte een …. is, kun je geen bestuurder van Shell meer worden. Als je een keer het Paleis op de Dam aan een delegatie Noord-Koreanen hebt verkocht, idem. Zeker als dat het enige nieuwswaardige dat je in je leven is overkomen. Bij iedere google search naar je naam komt dat feit als eerste naar boven. Je bent gebrandmerkt.

Dat moet niet. In onze samenleving is vergeven het uitgangspunt: inclusion en niet exclusion. Dat betekent dat de digitale schandpaal een beperkte houdbaarheid moet krijgen. Dat niet doen is “unforgiving” zijn. Oudtestamentische wraak. En die is niet goed. Zo verspillen we mensen, echte mensen en leggen we, zonder dat er een rechter aan te pas komt, een straf op die levenslang is. En zitten we met z’n alle krampachtig te proberen fouten te voorkomen, terwijl je juist daarvan leert. Daar geen aandacht voor hebben is het ontkennen dat de wereld is veranderd. Dat filmpje van de dronken student moet weg kunnen. Het right to be forgotten moet onderdeel worden van het Europese systeem. En dat mogen we best en hard aan de Amerikanen opleggen. Misschien kunnen ze er nog een amendement bij hun grondwet schrijven. Dat deden ze al eerder ten gelegenheid van het afschaffen van de slavernij. Dat amendement zou dan moeten inhouden dat na de straf de slechterik met een schone lei een nieuw leven moet kunnen starten. Of: dat iedereen het recht heeft van zijn fouten te leren.

2016-03-12 12.16.20

En toen naar het nerdy stukje: VR (virtual reality) en de consument. Het meeste impact heeft de gewoonste VR. Aldus het panel. “We need more reality in VR”. Dus: iemand die in VR tegenover je zit en je echt aankijkt heeft een niet voor te stellen impact. Veel meer kennelijk dan wanneer je je schietend en handgranaten gooiend erdoor heen rent. En: dit is Amerika. Dus probeer je eens voor te stellen wat er gebeurt als je ervoor zorgt dat degene die tegenover de consument zit hem wat te verkopen? Sales, sales, sales. Hilarisch eigenlijk: het ultieme doel is in VR een omgeving te creëren waarin een digitale verkoper, je broedend aankijkend, met een kledingstuk over zijn arm op je af komt om dat aan je te verkopen….. Wacht eens even? Waar doet me die scene aan denken? Aan een winkel! Hoe meer het op de echte wereld lijkt, hoe geweldiger de VR ervaring… Kauw daar maar eens op. Een loop terug naar af.

En wie mee wil doen (en dat is een goed idee volgens het panel, anders loop je de zilvervloot mis) dan moet je in 2016 gaan plannen want in 2017 wordt de techniek algemeen beschikbaar. Enig ding waar we nog op wachten, I kid you not, is een “more fashionable” VR bril. Die dingen zien er nu namelijk niet uit. Alsof je een zwarte schoenendoos op je voorhoofd hebt geplakt. Of zo’n balk waarmee ze in de Telegraaf misdadigers aanduiden. Als die dozen fashionable worden net als de hoofdtelefoon, dan gaat het los.

En toen Brene Brown. Spontaan beroemd na een Ted talk. Ze is een kruising tussen een psycholoog en een cabaretière. Erg lachen. Maar catchy. Ik schreef het gisteren al: verhalen zijn key in sxsw. Story telling. Zo ook hier. Bottomline van het verhaal was dat het brein verhalen volgt en vooral ook maakt. Die verhalen zijn niet waar. Zelfs niet een beetje. Maar het brein doet dat nu eenmaal, dat verhalen maken. En als het slecht gaat vult het brein de gaten met angst en wanhoop. En samenzweringen. In tijden van verandering, zie je vooral die samenzweringen opduiken. Zo gaan mensen met hun stress om. Als je dat weet kun je je eigen verhaal vertellen. En je verhaal gaan leven vooral. Want alleen dan, als je niet wegloopt, kun je eigen verhaal schrijven en er tot het eind bij blijven. Ik denk dat iedereen net wat blijer naar buiten ging dan dat ze naar binnen gingen. Entertainment is zo Amerikaans en tegelijk aanstekelijk.

En toen landde ik per ongeluk in dat wat de allerbeste sessie van de dag was. Met een saaie titel: “State of Blockchain 2016, where do we go from here?”

Tot die sessie leek mijn beroep, het op een na oudste van de wereld, de automatisering te ontsnappen. De door iedereen gehate klasse van lawyers/advocaten zou de digitale slachting overleven. Immers: het schrijven van contracten kan niet worden geautomatiseerd. Je kunt met standaarden werken maar iemand moet bedenken welke standaard en bij iedere echte deal vraagt iedere standaard een intelligente aanpassing aan de taaie werkelijkheid.

Tot etherium.org dan. Een app die afspraken tussen mensen automatiseert. En ook het nakomen ervan. Ieder contract is gebaseerd op onbreekbare code. De inhoud bepaalt de relatie tussen partijen en fulfilment is onmiddellijk. Mijn soort moet dan ook het veld moet ruimen. Zoals ze zeiden: “de waarde van iedere middle man moet boven zijn kosten liggen anders gaat hij eraan”. En dat advocaten te duur zijn, dat hoefde geen toelichting.

Het was schocking. Dat je je eigen beroep overbodig hoort verklaren. Maar ze gingen ver, misschien te ver. Strikt genomen wordt maar een deel echt overbodig als het allemaal zo gaat. Het werk verandert. Van het vastleggen van alle afspraken naar een systeem dat meteen en ter plekke de nakoming valideert, controleert en executeert (als ik het goed begrepen heb). Dus: het is niet zozeer mijn werk dat bedreigd wordt maar de traditionele manier van contracteren. Waar mensen rond de tafel gaan zitten en hun afspraken opschrijven. Het is het combineren van verplichtingen op een hoger (of beter: een ander want lager kan ook) niveau. Waardoor je de afspraak meteen in code schrijft in plaats van in taal. Geweldig. Gaat al enorm veel geld in om.

Ik was er stil van. Maar na een tijdje wist ik dat het misschien toch genuanceerder lag. 20 jaar ervaring leert namelijk dat het hele punt van het opschrijven van verplichtingen is dat het niet in een vaste code kan. Contracten zijn een manhaftige poging een zeer gecompliceerde werkelijkheid met verschillende belangen in een document te polderen. Een document waar beide partijen mee kunnen leven. Dat is zoeken naar de consensus. Naar een soms haperende en onlogische formulering. Naar het psychologisch evenwicht. Waarin iedere partij terug moet kunnen met opgeheven hoofd. Dat proces overdoen aan de partijen zelf, gebruikmakend van software, lijkt me onmogelijk. Standaarddeals kunnen vergaand worden geautomatiseerd maar zodra er in minder of meerdere mate wordt onderhandeld , wil je iemand die dat oplost en het compromis formuleert. Ik zie niet hoe partijen dat zelf kunnen. Ik wil mezelf niet op de borst slaan maar het schrijven van deals/contracten is een vak dat je met vallen en opstaan en heel veel zweet leert. No way dat een computer kan gaan onderhandelen en een acceptabele compromistekst kan opstellen.

Ik dacht ook aan Facebook, het verhaal van die ochtend: ook daar kunnen computers niet alles, Zelfs bijna niets. Ze kunnen niet beoordelen welke posts wel of niet door de beugel kunnen. Dat is namelijk totaal contextafhankelijk (aldus de mevrouw van Facebook zelf). Dat blijft dus zelfs bij Facebook met zijn miljoenen verzoeken per jaar mensenwerk. Als het Facebook al niet gelukt is dit veel simpelere verhaal te automatiseren, dan is het formuleren van een common ground in een complexe (of zelfs een simpele) onderhandeling, helemaal onmogelijk.

Kortom: de paniek sloeg even toe maar de wereld is nog niet van onze soort af.

Jetse Sprey

Over Jetse Sprey

Jetse SpreyJetse heeft een snelle en flexibele geest en nooit gebrek aan energie. Hij vindt oplossingen in plaats van problemen en is telkens weer in staat om impasses te doorbreken. Hij zegt wat hij ergens van vindt en niet wat hij denkt dat zijn cliënten willen horen.

Hij schrijft scherpe contracten die goed te lezen zijn. Hij schrijft processtukken en adviezen die overtuigen. Hij weet veel van intellectueel eigendom, privacy en ondernemingsrecht.
Jetse is bestuurslid van de Stichting Reclame Code.

Alle artikelen van Jetse Sprey